Study your flashcards anywhere!

Download the official Cram app for free >

  • Shuffle
    Toggle On
    Toggle Off
  • Alphabetize
    Toggle On
    Toggle Off
  • Front First
    Toggle On
    Toggle Off
  • Both Sides
    Toggle On
    Toggle Off
  • Read
    Toggle On
    Toggle Off
Reading...
Front

How to study your flashcards.

Right/Left arrow keys: Navigate between flashcards.right arrow keyleft arrow key

Up/Down arrow keys: Flip the card between the front and back.down keyup key

H key: Show hint (3rd side).h key

A key: Read text to speech.a key

image

Play button

image

Play button

image

Progress

1/12

Click to flip

12 Cards in this Set

  • Front
  • Back

Ik zal de bus nemen.

Voy a coger el autobús.

Wil je dat ik met je meega?

¿Quieres que te acompañe?

Met ons drieën zullen we alle koffers kunnen dragen.

Entre los tres, podremos llevar todas las maletas.

Ik geloof niet dat we veel nodig hebben.

No creo que necesitemos mucho.

De ongelukkige gleed uit toen hij op een bananenschil trapte die op de grond lag.

El desgraciado resbaló al pisar una cáscara de plátano que se encontraba en el suelo.

Onze auto is defect.


In de garage hebben ze ons gezegd dat dit werk een hele tijd zou duren.

Nuestro coche está averiado.


En el garaje nos han dicho que con este trabajo tienen para rato.

Het is beter te lachen dan zich kwaad te maken.

Más vale reírse que enfadarse.

Bij het aanbreken van de dag.


Bij het vallen van de avond.

Al amanecer.


Al anochecer.

Stoppen, halt houden.


De halte.

Pararse.


La parada.

Welke weg raadt u ons aan om te nemen?


Het is heel eenvoudig.

¿Qué carretera nos aconseja tomar?


Es muy sencillo.

Moeten we overstappen?

¿Tenemos que hacer transbordo?

Gisteren heb ik even naar een paar etalages gekeken.

Ayer eché una ojeada a algunos escaparates.