Study your flashcards anywhere!

Download the official Cram app for free >

  • Shuffle
    Toggle On
    Toggle Off
  • Alphabetize
    Toggle On
    Toggle Off
  • Front First
    Toggle On
    Toggle Off
  • Both Sides
    Toggle On
    Toggle Off
  • Read
    Toggle On
    Toggle Off
Reading...
Front

How to study your flashcards.

Right/Left arrow keys: Navigate between flashcards.right arrow keyleft arrow key

Up/Down arrow keys: Flip the card between the front and back.down keyup key

H key: Show hint (3rd side).h key

A key: Read text to speech.a key

image

Play button

image

Play button

image

Progress

1/97

Click to flip

97 Cards in this Set

  • Front
  • Back
opstaan, stond op, opgestaan
se lever
het leven
la vie
de activiteit
l'activité
ontbijten, ontbeet, ontbeten
prendre le petit déjeuner
zich aankleden
s'habiller
het bed
le lit
slapen, sliep, geslapen
dormir
douchen
se doucher, prendre une douche
daarna, na
après
tenslotte
finalement
zich wassen
se laver
de school
l'école
lunchen
déjeuner
boodschappen doen
faire les courses
de dagindeling
l'emploi du temps
Daar denk ik heel anders over
Je ne suis pas du tout de cet avis
iedere dag
chaque jour
uitslapen, sliep uit, uitgeslapen
faire la grasse matinée
Ben je gek?
Tu es folle ?
de hele dag
toute la journée
Jawel!
Oh, si !
altijd
toujours
het ding
la chose
een uur of tien
vers dix heure, à environ dix heure
het terras
la terrasse
op mijn gemak
tranquillement
het kopje
la tasse
de koffie
le café (la boisson)
drinken, dronk, gedronken
boire
over de markt lopen
se promener au marché
winkelen
faire du lèche-vitrines
ophouden, hield op, opgehouden
arrêter
ik word al moe als ik het hoor!
rien que d'y penser, je me sens déjà fatigué !
moe
fatigué
niets, niks (fam)
rien
luieren
paresser
overleggen
se concerter
eten, at, gegeten
manger
beter niet
ne pas valoir mieux
samen
ensemble
zeg dat wel
c'est le cas de le dire
de spreektaal
la langue parlée
het (niet) eens zijn
(ne pas) être d'accord
Ik vind van niet.
Je trouve que non.
Daar ben ik het niet mee eens.
Je ne suis pas d'accord avec ça.
Dat vind ik wel.
Je trouve que si.
het ontbijt
le petit déjeuner
klaarmaken
préparer
de thee
le thé
naar huis gaan
rentrer à la maison
het huishouden
le ménage
de afwas
la vaisselle
uitgaan, ging uit, uitgegaan
op stap gaan
sortir (le soir)
wel eens
parfois, déjà
meestal
le plus souvent
vaak
souvent
af en toe
de temps en temps
de hond uitlaten
promener son chien
laten, liet, gelaten
laisser
opruimen
ranger
het ballet
le ballet
het avondeten
le dîner
de melk
le lait
de ham
le jambon
de boter
le beurre
de yoghurt
le yaourt
de jam
la confiture
het ei (de eieren)
l'oeuf
de hagelslag
les granulés de chocolat
de suiker
le sucre
de honing
le miel
het fruit
le fruit
de ontbijtkoek
le pain d'épices
de pindakaas
le beurre de cacahuète
de muesli
le muesli
de boterham
le sandwich
de kaas
le fromage
het sinaasappelsap
le jus d'orange
het sap
le jus
de sinaasappel
l'orange
het broodje
le petit pain
belangrijk
important
op bezoek gaan
aller visiter qn
het bezoek, de visite
la visite
meteen
tout de suite
snel, vlug
vite
weg moeten
devoir partir
van harte welkom
le bienvenu,
la bienvenue
het koekje
le biscuit
de koektrommel
boîte à biscuits
dicht gaan
se fermer
onhartelijk
froid(e), réservé(e)
zichzelf
soi-même
tweede
deuxième
bespreken, besprak, besproken
het hebben over
parler de
bijvoorbeeld (b.v.)
par exemple
Doe maar gewoon
Fais comme tout le monde