Study your flashcards anywhere!

Download the official Cram app for free >

  • Shuffle
    Toggle On
    Toggle Off
  • Alphabetize
    Toggle On
    Toggle Off
  • Front First
    Toggle On
    Toggle Off
  • Both Sides
    Toggle On
    Toggle Off
  • Read
    Toggle On
    Toggle Off
Reading...
Front

How to study your flashcards.

Right/Left arrow keys: Navigate between flashcards.right arrow keyleft arrow key

Up/Down arrow keys: Flip the card between the front and back.down keyup key

H key: Show hint (3rd side).h key

A key: Read text to speech.a key

image

Play button

image

Play button

image

Progress

1/127

Click to flip

127 Cards in this Set

  • Front
  • Back
the day (s)
de dag (de dagen)
the date (s)
de datum (de data)
the big hand (the big hands) [of clock]
de grote wijzer (de grote wijzers)
the present (here and now)
het heden
the fall (autumn) (s)
de herfst (de herfsten)
the watch (es)
het horlage (de horlages)
the ice/icecream
het ijs
the year (s)
het jaar (de jaren)
the little hand (s) (of clock)
de kleine wijzer (de kleine wijzers)
the clock (s)
de klok (de klokken)
the spring (s)
de lente (de lentes)
the month (s)
de maand (de maanden)
the minute (s)
de minuut (de minuten)
the night (s)
de nacht (de nachten)
the fall (autumn) (s)
het najaar (de najaren)
the rain
de regen
the rainshower (s)
de regenbui (de regenbuien)
the leap year
het schrikkeljaar (de -- jaren)
the second (s)
de seconde (de secondes)
the season (s)
het seizoen (de seizoenen)
the snow
de sneeuw
the storm (s)
de storm (de stormen)
the time (s)
de tijd (de tijden)
the future
de toekomst
the train
de trein (de treinen)
the birthday (s)
de verjaardag (de verjaardagen)
the past
het verleden
the spring (s)
het voorjaar (de voorjaren)
the week (s)
de week (de weken)
the weather
het weer
the hand (s) of clock
de wijzer (de wijzers)
the wind (s)
de wind (de winden)
the winter (s)
de winter (de winters)
the cloud (s)
de wolk (de wolken)
the summer (s)
de zomer (de zomers)
the sun (s)
de zon (de zonnen)
the hour (s)
het uur (de uren)
to begin
beginnen
to take/to last (a certain amount of time)
duren
to end
eindigen
to leave
vertrekken
dark
donker (donkerek)
a few/some
enkel (enkele)
smooth/slippery
glad (gladde)
hot
heet (hete)
short
kort (korte)
cold
koud (koude)
late
laat (late)
long
lang (lange)
light
licht (lichte)
exact
precies (precieze)
early
vroeg (vroege)
warm
warm (warme)
sunny
zonnig (zonnige)
heavy
zwaar (zware)
now and again
af en toe
always
altijd
almost
bijna
often
dikwikls
very
erg
very
heel
how much/how many
hoeveel
most of the time/usually/mostly
meestal
not yet
nog niet
still
nog steeds
never
nooit
now
nu
ever
ooit
at ... [time]
om ...
meanwhile
ondertussen
about/approximately
ongeveer
on time
op tijd
on ... [date]
op ...
exactly
precies
just over
ruim
sometimes
soms
often
vaak
from ... till ...
van ... tot ...
a lot of
veel
when
wanneer
what/which
welk (welke)
very
zeer
rarely
zelden
What time is it?
Hoe laat is het?
Excuse me, do you know what time it is?
Pardon, weet u hoe laat het is?
Can you please tell me what the time is?
Kunt u mij zeggen hoe laat het is?
It is (time) now.
Het is nu [tijd].
The clock is fast/slow.
De klok loopt voor/achter.
What time ...?
Hoe laat ...?
...starts at [time]
...begint om [tidj]
When is your birthday?
wanneer is je verjaardag?
When is your birthday?
wanneer ben je jarig?
apple
de appel
centimeter
de centimeter
the animal
het dier
the dozen
het dozijn
the donkey
de ezel
the goat
de geit
the gram
de gram
the number
het getal
the half
de helft
the dog
de hond
the cat
de kat
the kilogram
de kilogram
the chicken
de kip
the quarter
het kwart
the liter
de liter
the lake
het meer
the mile
de mijl
the mouse
de muis
the number
het nummer
the horse
het paard
the (female ) cat
de poes
the sheep
het schaap
the owl
de uil
the pig
het varken
the fish
de vis
the bird
de vogel
the question
de vraag
first
eerst
half
half (halve)
last
laatste
much/many/a lot of
veel (vele)
little
weinig (weinige)
more than
meer dan
how much ?
hoeveel
what? which?
welk(e)