Study your flashcards anywhere!

Download the official Cram app for free >

  • Shuffle
    Toggle On
    Toggle Off
  • Alphabetize
    Toggle On
    Toggle Off
  • Front First
    Toggle On
    Toggle Off
  • Both Sides
    Toggle On
    Toggle Off
  • Read
    Toggle On
    Toggle Off
Reading...
Front

How to study your flashcards.

Right/Left arrow keys: Navigate between flashcards.right arrow keyleft arrow key

Up/Down arrow keys: Flip the card between the front and back.down keyup key

H key: Show hint (3rd side).h key

A key: Read text to speech.a key

image

Play button

image

Play button

image

Progress

1/156

Click to flip

156 Cards in this Set

  • Front
  • Back
het bedrijf
the company
de onderneming
the company/enterprise
de werkgever
the employer
de werknemer
the employee
de medewerker
the employee/worker
de collega
the coworker/colleague
het arbeidsbureau
the employment agency/job center
het uitzendbureau
the temp agency
het uitzendwerk
the temp work
de uitzendkracht
the temp worker
de vacature
the job opening/vacancy
solliciteren
to apply for a job
de sollicitatie
the job application
werk(e)loos
unemployed
de uitkering
the (social security) benefit
de baan
the job
de functie
the position (in company)
de afdeling
the department (of company)
de baas
the boss/supervisor
parttime werken
to work part-time
fulltime werken
to work full-time
deeltijdwerk, parttimewerk
part-time work
gepensioneerd
retired
gepensioneerd zijn
to be retired
met pensioen zijn
to be retired
met pensioen gaan
to retire
de monteur
the (car) mechanic
de aannemer
the (building) contractor
de accountant
the accountant
de acteur/de actrice
the actor/actress
de administratief medewerker/medewerkster
the administrative worker
de adviseur/de adviseuse
the consultant/advisor
de advocaat/de advocate
the lawyer
de ambtenaar
the civil servant
de analist/de analiste
the analyst
de apotheker
the pharmacist
de architect/architecte
the architect
de arts
the doctor/physician
de bakker
the baker
de begrafenisondernemer
the undertaker
de bibliothecaris/ bibliothecaresse
the librarian
de bloemist/bloemiste
the florist
de boekhouder/boekhoudster
the accountant/bookkeeper
de boer/boerin
the farmer('s wife)
de brandweerman
the firefighter
de kassiere
the check-out operator/cashier
de chauffeur/chauffeuse
the driver
de chirurg
surgeon
de concierge
janitor/caretaker
de conducteur/conductrice
the conductor/ticket collector
de danser/danseres
the dancer
de deurwaarder
the bill collector
dierenarts
the veterinarian
de directeur/de directrice
the director
de dirigent/dirigente
the conductor
de docent/docente
the teacher
de dokter
the doctor/physician
de elektricien
the electrician
de fabrieksarbeider

fabrieksarbeidster
the factory worker
de fietsenmaker
the bicycle repair person
de fotograaf

fotografe
the photographer
de groenteman/
groenteboer
the greengrocer
de handelaar
the trader/dealer
de huisarts
the family doctor
de huisman
de huisvrouw
the housewife/stay-at-home parent
de inkoper
inkoopster
the purchaser/buyer
de installateur
the fitter/installer
de journalist/journaliste
the journalist
de jurist/juriste
the lawyer
de juwelier
the jeweller
de kapper/kapster
the hairdresser
de kelner
/
kelnerin
the waiter, waitress
de kok

kokkin
the cook
de kleermaker

kleermaakster
the tailor
the kunstenaar

kunstenares
the artist
de kweker
the produce grower / farmer
de landbouwer
the farmer
de lasser
the welder
de leraar

lerares
the teacher
de loodgieter
the plumber
de magazijnchef
the warehouse manager
de makelaar
the real-estate agent
de manager
the manager/supervisor
de melkman
melkboer
the milkman
de metselaar
the bricklayer
the meubelmaker
the furniture maker
de musicus
the musician
de muzikant
the musician
de notaris
the notary (public)
de onderhoudsmonteur
the service engineer
de ondernemer

onderneemster
the entrepreneur
de onderwijzer

onderwijzeres
the teacher (primary)
de onderzoeker

onderzoekster
the researcher
de ontwerper

ontwerpster
the designer
de opticien
the optician
de piloot
the pilot
de politicus

politica
the politician
de politieagent
politieagente
the police officer
de politieman

politievrouw
the police officer
de postbode
the mail carrier
de programmeur
the programmer
de redacteur

redactrice
the editor
de regisseur

regisseuse
the director (of movies/plays)
de reisleider

reisleidster
the tourguide
de rij-instructeur

rij-instructrice
the driving instructor
de schilder

schilderes
the painter
de schoenmaker
the cobbler/shoemaker
de schrijver

schrijfster
the author
de secretaris

secretaresse
the secretary
de serveerder

serveerster
the waiter/waitress
de slager
the butcher
de slotenmaker
the locksmith
de smid
the smith
de softwareontwikkelaar
the software developer
de steward

stewardess
the flight attendant
de stukadoor
the plasterer
de tandarts
the dentist
de taxichauffeur

taxichauffeuse
taxi driver
de technicus
the engineer
de tekenaar

tekenares
the draughtsman

draughtswoman
de telefonist

telefoniste
the telephone operator
de timmerman
the carpenter
de tolk
the interpreter
de uitgever

uitgeefster
the publisher
de veearts
the veterinarian
de verhuizer
the mover
de verkoper

verkoopster
the salesperson
de verpleger

verpleegster
the nurse
de vertaler

de vertaalster
the translator
de verzekeraar
the insurance agent
de verzekeringsagent

verzekeringsagente
the insurance agent
de vrachtwagenchauffeur
the truck driver
de vroedvrouw
the midwife
de winkelier
the store-owner, store-manager
de zanger

zangeres
the singer
Ik werk voor Microsoft
I work for Microsoft
Ik werk bij een bedrijf
I work with a company
Ik werk op een bank
I work at a bank
Ik werk in een winkel
I work in a store
Ik werk bij de gemeente
I work for the city
Ik werk bij de overheid
I work for the government
Ik werk/zit op de afdeling ...
I work at the department
...verkoop
sales
...financien
finance
administratie
administration
hoelang werk je al bij...
how long have you been working at/with ...
Hoelang doe je dat werk al?
How long have you been doing that kind of work?
Werk je daar al lang?
Have you worked there long?
Doe je dat werk al lang?
Have you been doing that work for long?
Ik werk daar al tien jaar
I have worked there for ten years (already)
Ik heb daar tien jaar gewerkt
I have worked there for ten years
Ik werk al tien jaar bij...
I have worked ten years at/with ...
Ik heb tien jaar bij ... gewerkt
I worked at/with ... for ten years
Ik werk sinds ... bij ....
I have worked at/with ... since ...
Zij gaat volgend jaar met pensioen
She will retire next year
Zij is twee jaar geleden met pensioen gegaan
She retired two years ago