• Shuffle
    Toggle On
    Toggle Off
  • Alphabetize
    Toggle On
    Toggle Off
  • Front First
    Toggle On
    Toggle Off
  • Both Sides
    Toggle On
    Toggle Off
  • Read
    Toggle On
    Toggle Off
Reading...
Front

How to study your flashcards.

Right/Left arrow keys: Navigate between flashcards.right arrow keyleft arrow key

Up/Down arrow keys: Flip the card between the front and back.down keyup key

H key: Show hint (3rd side).h key

A key: Read text to speech.a key

image

Play button

image

Play button

image

Progress

1/64

Click to flip

64 Cards in this Set

  • Front
  • Back
identificar
identificeren
explicar
uitleggen
nuestro/a
ons, onze
adaptado/a
aangepast
el posesivo
bezittelijk voornaamwoord
vuestro/a
jullie
en toda España
in heel Spanje
la naturalidad
eenvoud, ongekunsteldheid
lo único
het enige
la(s) Navidad(es)
Kerstmis
los medio hermanos
halfbroers en -zussen
el centro
centrum, midden
el lado
zijde
combine (inf: combinar)
combineer
mostrar (ue)
tonen
imaginar (se)
(zich) voorstellen, indenken
el contenido
inhoud
la traducción
vertaling
... de principios de ...
... uit het begin ...
el siglo
eeuw
europeo/a
Europees
la tasa de natalidad
geboortecijfer
nacer (zc)
geboren worden
bajo/a
laag
sin embargo
echter
irse
weggaan
pronto
spoedig, snel
la vivienda
woning
los/las jóvenes
jongeren
estar sin trabajo
werkloos zijn
formar
vormen
la pereja
paar, stel
en comparación con
in vergelijking met
la sociedad
samenleving
el divorcio
scheiding
0,5 por mil
0,5 promille
la ley
wet
alto/a
hoog
fuera (de)
buiten (...om)
el matrimonio
huwelijk
ni
noch, en ook niet
soltero/a
vrijgezel, alleenstaand
convivir
samenwonen
bastantes
ettelijke, heel wat
juntos/as
samen
el aspecto
aspect
el informe
verslag
divorciarse
scheiden
cada vez menos niños
steeds minder kinderen
casarse
trouwen
sorprender
verrassen
reaccionar
reageren
la alegría
vreugde
la pena
verdriet
De verdad?
Werkelijk? Echt?
En serio?
Serieus?
No puede ser!
Dat kan niet waar zijn!
Qué me dices?
Wat zeg je me nu?
Increíble!
Ongelooflijk
Dios mío!
Mijn god!
Qué suerte!
Wat een geluk!
Cuánto me alegro!
Wat ben ik daar blij om!
Qué pena!
Zonde!, Wat jammer!
Cuánto lo siento!
Wat spijt me dat!