Study your flashcards anywhere!

Download the official Cram app for free >

  • Shuffle
    Toggle On
    Toggle Off
  • Alphabetize
    Toggle On
    Toggle Off
  • Front First
    Toggle On
    Toggle Off
  • Both Sides
    Toggle On
    Toggle Off
  • Read
    Toggle On
    Toggle Off
Reading...
Front

How to study your flashcards.

Right/Left arrow keys: Navigate between flashcards.right arrow keyleft arrow key

Up/Down arrow keys: Flip the card between the front and back.down keyup key

H key: Show hint (3rd side).h key

A key: Read text to speech.a key

image

Play button

image

Play button

image

Progress

1/58

Click to flip

58 Cards in this Set

  • Front
  • Back

Wat is de kop van het art. genus?

Femurcondylen



Wat is de kom van het art. genus?

Tibiaplateau



Wat zijn de bewegingsmogelijkheden in de knie?

Flexie, extensie, exorotatie en endorotatie

Wat is de ROM van de bewegingsrichtingen in de knie?

- Flexie: 135-145 graden


- Extensie: 5 graden hyperextensie


- Endorotatie: 20-30 graden


- Exorotatie: 30-40 graden

Welke ligamenten remmen welke bewegingen in de knie?

- Lig. cruciatum anterior: schuiflade naar voren, hyperextensie, endorotatie


- Lig. cruciatum posterior: schuiflade naar achter, hyperextensie, endorotatie


- Lig. collaterale laterale: exorotatie, adductie (varus)


- Lig. collaterale mediale: exorotatie, abductie (valgus)

Wat is de CPP van de knie?

Maximale extensie (5-10 graden)

Wat is de MLPP van de knie?

30 graden flexie

Wat is het capsulair patroon van de knie?

flexie > extensie > rotaties

Wat is de richting van de normaal bij de knie?

De normaal komt vanaf het tibiaplateau en gaat richting proximaal

Wat is de translatierichting van de tibia bij een flexie van 0-90 graden?

De tibia beweegt (=concave botstuk), dus schommel-glijbeweging. De translatierichting is in dat geval dorsaal + proximaal

Wat is de kop van het art. talocrurale?

Talus

Wat is de kom van het art. talocrurale?

Enkelvork (tibia en fibula)

Wat zijn de bewegingsmogelijkheden in het art. talocrurale?

Dorsaal- en plantairflexie

Wat is de ROM van de bewegingsrichtingen van het art. talocrurale?

Dorsaalflexie: 20 graden


Plantairflexie: 45 graden

Welke ligamenten remmen welke beweging in het art. talocrurale?

- Lig.talofibulare anterior: plantairflexie


- Lig. talofibulare posterior: dorsaalflexie


- Lig. calcaneofibulare: plantairflexie


- Lig.tibiotalaris posterior: dorsaalflexie


- Lig.tibiocalcanae: dorsaalflexie


- Lig.tibiotalaris anterior: plantairflexie


- Lig.tibionaviculare: plantairflexie

Wat is de CPP van het art. talocrurale?

Maximale dorsaalflexie

Wat is de MLPP van het art. talocrurale?

10 graden plantairflexie

Wat is het capsulair patroon van het art. talocrurale?

plantairflexie > dorsaalflexie

Wat is de richting van de normaal in het art. talocrurale?

Distaal (caudaal)

Wat is de translatierichting van de talus bij een plantairflexie?

Talus (= convex gedeelte) is bewegende deel, dus rol-schuifbeweging. De talus transleert naar ventraal.

Wat is de kop van het art. subtalaris?

Talus

Wat is de kom van het art. subtalaris?

Calcaneus

Benoem de verschillende bewegingsmogelijkheden in het art. subtalare

inversie en eversie

Wat is de CPP van het art. subtalaris?

Max. inversie

Wat is de MLPP van het art. subtalaris?

Middenstand inversie en eversie

Benoem de ROM van de verschillende bewegingsmogelijkheden in het art. subtalaris.

Inversie: 30 graden


Eversie: 20 graden

Wat is het capsulair patroon van het art. subtalaris?

Inversie > eversie

Wat is de richting van de normaal van het art. subtalaris?

Als je kijkt naar het gewricht is de normaal in proximale richting.

Als je kijkt naar het gewricht is de normaal in proximale richting.

Welke ligamenten remmen welke bewegingen in het art. subtalaris?

- Lig. deltoideum: eversie


- Lig. talofibulare anterius, lig. talofibulare posterius en lig. calcaneofibulare: inversie

De student kan de bewegingsrichtingen van de menisci beschrijven bij de verschillende kniebewegingen.

- Flexie: dorsaal


- Extensie: ventraal


- Endorotatie tibia: mediale naar ventraal, laterale naar dorsaal.


- Exorotatie tibia: mediale naar dorsaal, laterale naar ventraal

De student kan beredeneren hoe een verkeerde stand van de voet, de knie en de enkel de houding kunnen beïnvloeden.

▫ Pes planovalgus?


• Knieën: valgus, endorotatie tibia


• Heupen endorotatie,adductie


• Rug: vergrote lordose laag lumbaal




▫ Pes cavusvarus?


• Knieën: varus,exorotatie tibia


• Heupen: exorotatie,abductie


• Rug: verminderde lordose laag lumbaal

Slotrotatie (extensie/flexie art. genus)

Bij extensie draait tibia naar exorotatie vlak voordat de knie in de CCP komt. De slotrotatie is 5 graden. Bij flexie draait de tibia voordat flexie gemaakt wordt naar endorotatie. De slotrotatie is 10-20 graden.

Welke van de 2 menisci scheurt sneller?

De mediale meniscus scheurt sneller, omdat de mediale meniscus vastzit aan het mediale collateraal ligament en het gewichtskapsel, terwijl de laterale meniscus vrij mobiel is en niet vastzit aan het lateraal collateraal ligament of kapsel.

Bij welke beweging (denk aan sport!) van de knie verwacht je snel een scheur van de mediale meniscus?

Rotatie met strek beweging

Wat is een unhappy triad?

Combinatie van gescheurde VKB, mediale meniscus en mediale collaterale band

De student herkent de symptomatologie van een graad 1, graad 2 of graad 3 collateraal bandletsel van de knie.

– Graad 1:


§ Geen toename in speling (0,0- 0,5 cm)


§ Lokale drukpijn over laesie


§Pijn bij varus of valgus stress.


§Zwelling




– Graad 2:


§ Partiële ruptuur collageen c.q. vasculair


§Versterkte speling (0,5-1,0 cm)


§Veel pijn bij palpatie van laesie, valgus en varus stress en max. ROM


§Synovitis en hydrops zijn regelmatig aanwezig.




– Graad 3:


§ Totale ruptuur collageen dan wel vasculair.


§ Versterkte speling (>1,0 cm)


§ Pijn bij palpatie van laesie (locatie waar de scheur is)


§ Geringe tot geen pijn bij valgus en varus stress


§ Soms lokaal hematoom zichtbaar


§ Hydrops regelmatig aanwezig.

De student is in staat de testen behorend bij een voorste kruisband letsel of een achterste kruisbandletsel te selecteren

VKB: Lachman test (acuut) en voorste schuiflade




AKB: achterste schuiflade

De student is in staat de testen behorend bij een acuut of chronisch enkelletsel te selecteren

Acuut: Ottawa ankle rules, Functiescore De Bie, actief bewegingsonderzoek




Chronisch enkelletsel: stabiliteits- en propriocepsisonderzoek, GALN

De student herkent de symptomatologie van spierletsel en kan deze als zodanig benoemen

De belangrijkste klacht na een spierruptuur is:pijn, soms is er een hematoom voelbaar en/of zichtbaar.

Wat houdt een malletvinger in?

Een malletvinger is een aandoening van een van de vingers waarbij de vingertop in een buigstand blijft staan, veroorzaakt door een afgescheurde of afgesneden strekpees. (ruptuur van de extensoren t.h.v. de insertie op de eindphalanx, vaak samen met een subluxatie).Een malletvinger is een vorm van een avulsiefractuur.




Een malletvinger ontstaat doorgaans door een grote kracht op de top van de vinger, bijvoorbeeld bij een val, of bij het vangen van een bal. Het is een typische sportblessure, maar kan ook ontstaan in het huishouden (stoten van de vinger bij bedden opmaken). Ook kan een malletvinger ontstaan door het doorsnijden van de pees.




Een malletvinger wordt behandeld door de vinger in gestrekte stand te spalken. Na 6 tot 8 weken groeit de pees vanzelf weer vast. De vinger mag in die tijd echter volstrekt niet gebogen worden, anders kan alle moeite voor niets zijn geweest. Behandeling met een spalkje kan ook aanzienlijke tijd na het letsel (3-6 maanden) nog geprobeerd worden met goede kans op succes. Operatieve behandeling wordt in ongecompliceerde gevallen afgeraden vanwege een aanzienlijk complicatierisico.

Wat houdt een skiduim in?

De skiduim is een letsel van het ligamentum collaterale ulnare van het onderste gewrichtje van de duim (MCP-I-gewricht).

Benoem de symptomen van een skiduim.

- Pijn aan de binnenkant van de duim ter hoogte van het MCP-I gewricht.


- Druk op de binnenzijde van het duimgewricht is pijnlijk.


- Pijn bij duimbewegingen of bij het los- en vastdraaien van een pot of deurknop.


- Zwelling van het MCP-I gewricht (vooral na een trauma)


- Gevoel van instabiliteit van het duimgewricht


- Wanneer het lig. collaterale ulnare volledig is doorgescheurd, kan de duim ongebruikelijk ver naar buiten toe bewegen.

Benoem de behandelmogelijkheden voor een skiduim.

Als het lig. collaterale ulnare slechts gedeeltelijk beschadigd is, zal het waarschijnlijk vanzelf herstellen. Anders zijn er afhankelijk van de ernst een aantal behandelmogelijkheden:


- fysiotherapie of handtherapie


- immobilisatie middels een spalk of gips gedurende 3-4 weken


- operatief herstel van een volledig gescheurd lig. collaterale ulnare

Hoe ontstaat VKB letsel?

– Ongevalsmechanisme:


§ Vaak treedt een “knap” op die hoorbaar kan zijn.




– Draaitrauma vooral tijdens beoefening van sporten; endorotatie geeft eerder letsel dan exorotatie- trauma. Ook een hyperextensie trauma kan een VKB letsel veroorzaken.

Hoe ontstaat AKB letsel?

§Vooral door hyperextensie, door een misstap tijdens rennen of springen of tijdens het skiën.



§ Een volledige verscheuring van deze band kom minder vaak voor


§ Een letsel graad 1 of 2 komt veel vaker voor

Benoem 4 behandelbare aspecten bij schouderklachten.

- Pijn


- Zwelling


- Bewegingsbeperking


- Krachtsverlies en instabiliteit

Welke spiergroepen raken relatief snel geblesseerd bij het sporten?

o Bi-en polyarticulaire spieren; bijv.: hamstrings en gastrocnemius.




o Spieren die excentrisch werken; bijv. bij hardlopen en werpen is veel excentrische spieractiviteit, te denken valt aan: hamstrings en biceps brachi.




o Spieren met veel “fast- twitch” vezels; bijv. bij snelle sporten met snelle acceleratie/deceleratie, waarbij snel explosieve kracht moet worden geleverd

Benoem de oorzaken van spierrupturen.

o Direct uitwendig geweld- exogeen type, ook wel compressieruptuur genoemd. (bijv.:knietje in de dij, elleboogstoot)




o Door indirect geweld- endogeen type, ook wel distractieruptuur genoemd (bijv.: vaakbij sporten waar veel acceleraties/deceleraties plaats vinden.

Welke factoren spelen mee bij het ontstaan van spierrupturen?

- Onvoldoende warming up


- Eerder spierruptuur


- Spieren met uitgebreide littekenvorming


- Overbelaste spieren

Benoem de symptomen van een achillespeesruptuur en beschrijf hoe deze gediagnosticeerd kan worden.

– Ruptuur ontstaat vooral tussen 20e-en 50e jaar.


– Ruptuur is vaak 2-6 cm boven de insertie van de achillespees.


– Normaal lopen is niet meer mogelijk


– Patiënt denkt dat er iemand op zijn hak gaat staan!


– De ruptuur kan volledig of partieel zijn.


– Diagnostiek is de test van Thompson (of“Simmonds calf squeeze test”)

Beschrijf de betekenis van de volgende termen: tendinopathie, tendinitis, tendinose.

– Tendinopathie =aandoening van de pees. Kan tendinitis of tendinose zijn


– Tendinitis = ontsteking pees


– Tendinose =afwijkend bindweefsel biochemisch en histologisch (degeneratief)

Benoem de verschillende oorzaken die het peesherstel kunnen belemmeren (risicofactoren).

– Langdurig gebruik corticosteroïden (en NSAID’s)


– Leeftijd


– Roken


– Onderbelasting en immobilisering


– Antibiotica


– Systeemziekten als


o Diabetes


o Schildklierafwijkingen


o Obesitas

Beschrijf de bouw van een pees.

– Collageen type 1


o Bundels worden omgeven door endotenon (vlies)


– Beetje collageen type 3


– Elastine = Vangt eerste weerstand op,wanneer aan pees getrokken wordt. Daarna wordt er aan het collageen getrokken.


– Golgi peessensoren = Meten spanning op de pees. Wanneer er te veel spanning is, wordt de spierkracht geremd


– Fibroblasten/tenoblasten = Cellen die bouwen


– Fibrocyten/tenocyten =


– Water


– PG’s/GAG’s =Binden water en collageen, waardoor het water wordt vastgehouden.




– Epitenon =Ligt om de (individuele) pees heen (bindweefselvlies).


– Endotenon aan de binnenkant.


– Paratenon aan de buitenkant (soort glijmiddel, dit zorgt dat de pees makkelijk naar boven en onder kan glijden).

Benoem de stadia van een tendinopathie

1. Pijn/stijfheid na inspanning


2. Pijn bij warming up en na inspanning


3. Pijn aan het begin van een inspanning, die minder wordt tijdens het inspannen, maar niet helemaal verdwijnt. Na sporten kan de pijn dagen aanhouden.


4. Pijn tijdens hele inspanning. Zo ernstig dat de sport- of werkprestatie eronder lijdt


5. Blijvend aanwezig pijn, ook in rust


6. Ruptuur

Wat wordt bedoeld met een indirecte pees-botovergang?

Wanneer peesvezels insereren in het periost.

Wat is het verschil in symptomen tussen tendinitis en tendinose?

Een peesaandoening kan diverse oorzaken hebben. Het is zinvol hierbij onderscheid te maken tussen enerzijds peesontsteking, tendinitis en anderzijds het degeneratieproces dat tendinose wordt genoemd. Tendinitis heeft als histologisch kenmerk dat zich ontstekingscellen (leukocyten en macrofagen) in het aangedane weefsel bevinden. Klinisch kan men tendinitis herkennen aan een verhoging van de temperatuur van de pees. Bij een zuivere degeneratie van de pees (tendinose) treedt deze temperatuurverhoging niet op. Zwelling en pijn zijn symptomen die zich manifesteren bij zowel tendinitis als tendinose.

Benoem de oorzaken van tendinitis

1. Traumatische tendinitis; direct na acuut peesletsel.




2. Auto-immuunreactie: zo kunnen bij bepaalde vormen van reumatoïde artritis, behalve gewrichtsontsteking, bursitis en tendovaginitis, ook peesontstekingen voorkomen. Dikwijls betreft het de pezen van de hand. Berucht is enthesitis: een ontsteking van de peesinsertie. In zeldzame gevallen kan ook een grote pees, bijvoorbeeld de achillespees, worden getroffen door enthesitis. Een totale ruptuur is daarbij niet onmogelijk




3. Zeldzame oorzaken zoals een corpus alienum, erfelijke aandoeningen en genetische afwijkingen. Deze aandoeningen worden verder niet in dit boek besproken.

Benoem factoren die de kwaliteit van peesweefsel beïnvloeden.

- veroudering


- langdurig corticosteroïdengebruik


- onderbelasting en immobilisatie


- genetische factoren