Study your flashcards anywhere!

Download the official Cram app for free >

  • Shuffle
    Toggle On
    Toggle Off
  • Alphabetize
    Toggle On
    Toggle Off
  • Front First
    Toggle On
    Toggle Off
  • Both Sides
    Toggle On
    Toggle Off
  • Read
    Toggle On
    Toggle Off
Reading...
Front

How to study your flashcards.

Right/Left arrow keys: Navigate between flashcards.right arrow keyleft arrow key

Up/Down arrow keys: Flip the card between the front and back.down keyup key

H key: Show hint (3rd side).h key

A key: Read text to speech.a key

image

Play button

image

Play button

image

Progress

1/66

Click to flip

66 Cards in this Set

  • Front
  • Back
bakken
bak, bakte, gebakken
beginnen
begin, begon, begonnen
blijven
blijf, bleef, gebleven
brengen
breng, bracht, gebracht
denken
denk, dacht, gedacht
doen
doe, deed, gedaan
dragen
draag, droeg, gedragen
drijven
drijf, dreef, gedreven
drinken
drink, dronk, gedronken
eten
eet, at, gegeten
gaan
ga, ging, gegaan
genezen
genees, genas, genezen
genieten
geniet, genoot, genoten
geven
geef, gaf, gegeven
gieten
giet, goot, gegoten
hangen
hang, hing, gehangen
helpen
help, hielp, geholpen
houden
houd, hield, gehouden
kiezen
kies, koos, gekozen
kijken
kijk, keek, gekeken
klimmen
klim, klom, geklommen
komen
kom, kwam, gekomen
kopen
koop, kocht, gekocht
krijgen
krijg, kreeg, gekregen
kunnen
kan, kon, gekund
lezen
lees, las, gelezen
liegen
lieg, loog, gelogen
liggen
lig, lag, gelegen
lopen
loop, liep, gelopen
moeten
moet, moest, gemoeten
mogen
mag, mocht, gemogen
nemen
neem, nam, genomen
ontbijten
ontbijt, ontbeet, ontbeten
rijden
rijd, reed, gereden
roepen
roep, riep, geroepen
schenken
schenk, schonk, geschonken
schieten
schiet, schoot, geschoten
schijnen
schijn, scheen, geschenen
schrijven
schrijf, schreef, geschreven
slaan
sla, sloeg, geslagen
slapen
slaap, sliep, geslapen
sluiten
sluit, sloot, gesloten
snijden
snijd, sneed, gesneden
spreken
spreek, sprak, gesproken
staan
sta, stond, gestaan
sterven
sterf, stierf, gestorven
trekken
trek, trok, getrokken
vallen
val, viel, gevallen
verbieden
verbied, verbood, verboden
verdwijnen
verdwijn, verdween, verdwenen
vergeten
vergeet, vergat, vergeten
verliezen
verlies, verloor, verloren
vinden
vind, vond, gevonden
vliegen
vlieg, vloog, gevlogen
vriezen
vries, vroor, gevroren
werpen
werp, wierp, geworpen
weten
weet, wist, geweten
willen
wil, wou/wilde, gewild
zeggen
zeg, zei, gezegd
zien
zie, zag, gezien
zingen
zing, zong, gezongen
zitten
zit, zat, gezeten
zoeken
zoek, zocht, gezocht
zwijgen
zwijg, zweeg, gezwegen
worden
word, werd, geworden
zwemmen
zwem, zwom, gezwommen