Study your flashcards anywhere!

Download the official Cram app for free >

  • Shuffle
    Toggle On
    Toggle Off
  • Alphabetize
    Toggle On
    Toggle Off
  • Front First
    Toggle On
    Toggle Off
  • Both Sides
    Toggle On
    Toggle Off
  • Read
    Toggle On
    Toggle Off
Reading...
Front

How to study your flashcards.

Right/Left arrow keys: Navigate between flashcards.right arrow keyleft arrow key

Up/Down arrow keys: Flip the card between the front and back.down keyup key

H key: Show hint (3rd side).h key

A key: Read text to speech.a key

image

Play button

image

Play button

image

Progress

1/117

Click to flip

117 Cards in this Set

  • Front
  • Back
Hoeveel?
Combien ?
het cijfer
le chiffre
vergelijken, vergeleek, vergeleken
comparer
de quiz
le quiz
de provincie
la province
de inwoner
l'habitant
per vierkante kilometer
au kilomètre carré
breken, brak, gebroken (+ hebben ou zijn)
casser
het been
la jambe
tijdens, gedurende
pendant
de wintersportvakantie
les vacances de neige
denken, dacht, gedacht
penser
geloven
croire
de baby
le bébé
Waar of niet waar?
Vrai ou faux ?
er is
er zijn
il y a
de hoed
le chapeau
Neemt u me niet kwalijk
Excusez-moi
Het geeft niet hoor
Cela ne fait rien
eigenlijk
d'origine, au fond
Amerika
Amérique
sinds
depuis
Goh, wat sprekt u goed Nederlands!
Ma foi, vous parlez bien néerlandais !
reizen
voyager
voor de eerste keer, voor het eerst
pour la première fois
de conducteur
le contrôleur
het kaartje, het plaatsbewijs
le billet
alstublieft
s'il vous plaît, voilà
de stamboom
l'arbre généalogique
het gezin
la famille
de hond
le chien
de teef
la chienne
de kat
le chat
het huisdier
l'animal de compagnie
bekijken, bekeek, bekeken
regarder, examiner, considérer
enkel, wat
quelques
het steekwoord
le mot-clé
formuleren
formuler
op deze/die manier
de cette façon
de manier
la façon
de minuut
la minute
de seconde
la seconde
het uur
l'heure
half
demi
het kwartier
le quart d'heure
de week
la semaine
de maand
le mois
het jaar
l'année
de eeuw
le siècle
Hoe laat is het?
Quelle heure est-il ?
het kwart
le quart
bijna
presque
's ochtends
's morgens
le matin
's middags
l'après midi
's avonds
le soir
's nachts
la nuit
vanmorgen
ce matin
vanmiddag
cet après-midi
vanavond
ce soir
vannacht
cette nuit
maandag
lundi
dinsdag
mardi
woensdag
mercredi
donderdag
jeudi
vrijdag
vendredi
zaterdag
samedi
zondag
dimanche
het weekend
le week-end
de klok
la pendule
beginnen, begon, begonnen (+ zijn)
commencer
de film
le film
dus
ainsi, donc
we hebben nog maar tien minuten
il ne nous reste que dix minutes
iets
quelque chose
aankomen, kwam aan, aangekomen
arriver, atteindre son but
duren
durer
precies
exactement
anderhalf uur
une heure et demie
Artis
zoo d'Amsterdaam
controleren
contrôler
ontdekken
découvrir
de wereld
le monde
geopend
ouvert(e)
het museum
le musée
de grachtenrondvaart
la promenade en bateau sur les canaux
de gracht
le canal
de rondvaart
la promenade en bateau
dagelijks
quotidien(ne), tous les jours, quotidiennement
de statistiek
la statistique
het procent
le pour cent
tussen
entre
de baan
l'emploi
per week
par semaine
meer
plus (de)
tegenover
contre, en face de
Europees
européen(ne)
hoogst
le (la) plus élevé(e)
laagst
le (la) plus bas(se)
de volledige baan
emploi à plein temps
liggen, lag, gelegen
être couché, être
rond
autour
parttime
à temps partiel
ongeveer
environ
de bron
la source
CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek)
bureau central de la statistique (INSEE néerlandais)
grootst
le (la) plus grand(e)
de fietsfanaat
le (la) fanatique du vélo
de fiets
le vélo
verkopen, verkocht, verkocht
vendre
behalen
obtenir
daarmee
ainsi
bovenaan
en tête (de liste)
een total van
un total de
het marktonderzoek
l'étude de marché
de markt
le marché
het onderzoek
l'étude, l'examen, la recherche
de raming
l'évaluation