Study your flashcards anywhere!

Download the official Cram app for free >

  • Shuffle
    Toggle On
    Toggle Off
  • Alphabetize
    Toggle On
    Toggle Off
  • Front First
    Toggle On
    Toggle Off
  • Both Sides
    Toggle On
    Toggle Off
  • Read
    Toggle On
    Toggle Off
Reading...
Front

How to study your flashcards.

Right/Left arrow keys: Navigate between flashcards.right arrow keyleft arrow key

Up/Down arrow keys: Flip the card between the front and back.down keyup key

H key: Show hint (3rd side).h key

A key: Read text to speech.a key

image

Play button

image

Play button

image

Progress

1/81

Click to flip

81 Cards in this Set

  • Front
  • Back
Lucia werkt in een dierenartspraktijk
Lucia lavora in uno studio veterinario
Bart houdt van dieren
Bart ama gli animali
Bart logeert bij een vriend
Bart allogia con un amico
Lucia is in vakantie
Lucia è in vacanza
maar zeg mij
ma dimmi
nog maar sedert een week
solo da una settimana
ben je tevreden?
sei contenta?
ik ben zeer tevreden
sono molto contenta
sedert wanneer
da quanto tempo?
jullie bezoeken een tentoonstelling
visitate una mostra
wij leren veel
impariamo molto
dansen
ballare
bewonderen
amirare
rusten
risposare
vliegen
volare
aankomen
arrivare
zij bewonderen
ammIrano
zij rusten
ripOsano
zij dansen
bAllano
studeren
studiare
jij studeert
tu studi
ik studeer
studio
jullie studeren
studiate
zij studeren
stUdiano
de 2 vrienden vinden een goede plaats aan het raam
i due amici trOvano un bel poste vicino al finistrino
het raam
la fenestra
elkaar terugzien
rivedersi
hoe is je nieuwe huis?
Com'è la tua nova casa?
werk je nog steeds in de post
lavori sempre alla posta?
ik werk in het theater
lavoro in teatro
het plein
la piazza
Mario ontmoet Luisa op het plein
Mario incontra Luisa in piazza
zij wachten op de bus
aspettano l'autobus
de trein voor Genova komt aan
arriva il treno per Genova
zij vinden geen plaats
non trovano posto
ze reizen rechtstaand
viaggiano in piedi
de lente
la primavera
het platteland is lelijk
la campagna è brutta
ze zijn blij elkaar terug te zien
sono contenti di riverdersi
ze spreken over de vakantie en het huis
parlano delle vacanze e della casa
de tuin van Luisa is groot
il giardino di Luisa è grande
het huis van Mario is niet in het centrum
la casa di Mario non è in centro
Luisa is actrice
Luisa è attrice
Piero logeert bij Anna thuis
Piero alloggia a casa di Anna
ik heb een oom die in een bank werkt
ho uno zio che lavora in banca
waar woont u
dove abita?
ik ben fotograaf
sono fotografo
wij werken bij een architectenbureau
lavoriamo in uno studio di architettura
werk jij op zaterdag?
lavori il sabato?
spreek je Italiaans
parli italiano?
ik spreek zer goed Italiaans
parlo italiano molto bene
op wie wacht je?
chi aspetti?
ik wacht op Bart
aspetto Bart
werkt u op zaterdag?
lavora il sabato?
ik werk ook op zaterdag
lavoro anche il sabato
ik spreek geen Frans
non parlo francese
wacht u op de bus?
aspetta l'autobus?
ja maar ze komt niet
si, ma non arriva
de Nederlandse vriend van Alberto studeert nog
il amico olandese di Alberto studia ancora
Andrea houdt van Susanna
Andrea ama Susanna
wanneer ben je thuis
quando sei à casa?
ik ben in Italie sedert een week
sono in Italia da una settimana
ik ben tandarts
sono dentista
hij is leraar
è maestro
hij is muzikant
è musicista
hij is arts
è medico
zij is lerares
è maestra
dokter!
dottore!
hij werkt in een tandartsenpraktijk
lavora in uno studio dentistico
hij werkt in een school
lavora in una scuola
hij werkt in een concertzaal
lavora in una sala da concerto
hij werkt in een ziekenhuis
lavora in un ospedale
veel groeten aan Simona
tanti saluti a Simona
jullie houden van dieren
amate gli animali
kortom
insomma
wij hebben een hond
abbiamo un cane
wij hebben een kat
abbiamo un gatto
wij hebben 5 kippen
abbiamo cinque galline
hebben jullie ook dieren daar
avete anche animali li
wat doet u
cosa fa?
ik ben hier
sono qui