Study your flashcards anywhere!

Download the official Cram app for free >

  • Shuffle
    Toggle On
    Toggle Off
  • Alphabetize
    Toggle On
    Toggle Off
  • Front First
    Toggle On
    Toggle Off
  • Both Sides
    Toggle On
    Toggle Off
  • Read
    Toggle On
    Toggle Off
Reading...
Front

How to study your flashcards.

Right/Left arrow keys: Navigate between flashcards.right arrow keyleft arrow key

Up/Down arrow keys: Flip the card between the front and back.down keyup key

H key: Show hint (3rd side).h key

A key: Read text to speech.a key

image

Play button

image

Play button

image

Progress

1/95

Click to flip

95 Cards in this Set

  • Front
  • Back
obstupescere
verstijven
verbaasd zijn
ostendere
tonen
parcere
sparen
parere
voortbrengen
pellere
verdrijven
pendere(2)
hangen
pendere(3)
afwegen
pergere
voortgaan
petere
vragen
streven naar
gaan naar
pingere
schilderen
ponere
plaatsen
poscere
eisen
posse
kunnen
premere
drukken
in moeilijkheid brengen
quaerere
zoeken
vragen
rapere
grijpen
regere
leiden
regeren
relinquere
verlaten
reperire
vinden
respondere
antwoorden
ridere
lachen
rumpere
breken
ruere
snellen
instorten
secare
snijden
sedere(2)
zitten
sentire
voelen
denken
sepelire
begraven
serere
zaaien
verwekken
sinere
toelaten
sistere
doen staan
doen stilstaan
zich plaatsen
solvere
losmaken
betalen
ssonare
klinken
spargere
strooien
spernere
minachten
statuere
stellen
vaststellen
besluiten
suadere(2)
aanraden
sumere
nemen
surgere
opstaan
tegere
bedekken
tendere
uitstrekken
streven naar
tenere(2)
houden
terere
wrijven
tingere
indompelen
verven
tollere
optillen
torquere
draaien
folteren
tremere
trillen
tribuere
toekennen
urgere(2)
in het nauw brengen
urere
verbranden
vehere
vervoeren
rijden
vendere
verkopen
venire
komen
vertere
draaien
veranderen
vetare
verbieden
vincire
binden
vincere
overwinnen
visere
bezoeken
vivere
leven
velle
willen
volvere
wentelen
vincire
boeien
vincere
overwinnen
visere
bezoeken
vivere
leven
velle
willen
volvere
wentelen
adipisci d
verkrijgen
aggredi d
aanvallen
amplecti d
omarmen
experiri d
proberen
ervaren
fateri d
bekennen
frui d
genieten van
fungi d
vervullen
labi d
glijden
vallen
loqui d
spreken
mereri d
zich verdienstelijk maken
mori d
sterven
nancisci d
verkrijgen
nasci d
geboren worden
niti d
steunen op +abl
zich inspannen
oblivisci d
vergeten
opperiri d
wachten
oriri d
ontstaan
opkomen
pati d
verdragen
toelaten
polliceri d (2)
beloven
proficisci d
vertrekken
queri d
beklagen
reri d
menen
reverti d
terugkeren
sequi d
volgen
audere (2) sd
durven
confidere sd
vertrouwen
fiere sd
worden
gebeuren
gemaakt worden
gaudere (2) sd
blij zijn
(+abl) aich verheugen over
solere (2) sd
de gewoonte hebben