Study your flashcards anywhere!

Download the official Cram app for free >

  • Shuffle
    Toggle On
    Toggle Off
  • Alphabetize
    Toggle On
    Toggle Off
  • Front First
    Toggle On
    Toggle Off
  • Both Sides
    Toggle On
    Toggle Off
  • Read
    Toggle On
    Toggle Off
Reading...
Front

How to study your flashcards.

Right/Left arrow keys: Navigate between flashcards.right arrow keyleft arrow key

Up/Down arrow keys: Flip the card between the front and back.down keyup key

H key: Show hint (3rd side).h key

A key: Read text to speech.a key

image

Play button

image

Play button

image

Progress

1/233

Click to flip

233 Cards in this Set

  • Front
  • Back
0
nul
1
een
2
twee
3
drie
4
vier
5
vijf
6
zes
7
zeven
8
acht
9
negen
10
tien
11
elf
12
twaalf
13
dertien
14
veertien
15
vijftien
16
zestien
17
zeventien
18
achttien
19
negentien
20
twintig
21
eenentwintig
22
tweeëntwintig
23
drieëntwintig
24
vierentwintig
25
vijfentwintig
26
zesentwintig
27
zevenentwintig
28
achtentwintig
29
negenentwintig
30
dertig
31
eenendertig
32
Tweeëndertig
33
drieëndertig
40
veertig
50
vijftig
60
zestig
70
zeventig
80
tachtig
90
negentig
100
honderd
110
honderd tien
115
honderd vijftien
120
honderd twintig
125
honderd vijfentwintig
130
honderd dertig
200
tweehonderd
300
driehonderd
400
vierhonderd
500
vijfhonderd
600
zeshonderd
700
zevenhonderd
800
achthonderd
900
negenhonderd
1000
duizend
1100
elfhonderd
1200
twaalfhonderd (duizentweehonderd)
1300
dertienhonderd (duizen driehonderd)
2000
tweeduizend
3000
drieduizend
10,000
tienduizend
100,000
honderdduizend
1e
eerste
last
laatste
2e
tweede
3e
derde
4e
vierde
5e
vijfde
6e
zesde
7e
zevende
8e
achtste
9e
negende
10e
tiende
11e
elfde
12e
twaalfde
13e
dertiende
14e
veertiende
15e
vijftiende
16e
zestiende
17e
zeventiende
18e
achttiende
19e
negentiende
20e
twintigste
21e
eenentwintigste
22e
tweeëntwintigste
23e
drieëntwintigste
24e
vierentwintigste
25e
vijfentwintigste
26e
zesentwintigste
27e
zevenentwintigste
28e
achtentwintigste
29e
negenentwintigste
30e
dertigste
31e
eenendertigste
32e
tweeëndertigste
33e
drieëndertigste
40e
veertigste
50e
vijf
60e
zestigste
70e
zeventigste
80e
tachtigste
90e
negentigste
100e
honderdste
110e
honderd tiende
115e
honderd vijftiende
130e
honderd dertigste
200e
tweehonderdste
300e
driehonderdste
400e
vierhonderdste
500e
vijfhonderdste
600e
zeshonderdste
700e
zevenhonderdste
800e
achthonderdste
900e
negenhonderdste
1000e
duizendste
1100e
elfhonderdste
1200e
twaalfhonderdste
1300e
dertienhonderdste
2000e
tweeduizendste
3000e
drieduizendste
100,000e
honderdduizendste
10,000e
tienduizendste
million
miljoen
1,000,000e
miljoenste
billion
miljard
1,000,000,000e
miljardste
trillion
biljoen
trillionth
biljoenste
quadrillion
biljard
quadrillionth
biljardste
quintillion
triljoen
quintillionth
triljoenste
telephone number
het telefoonnummer
the apple
de appel (de appels)
the evening
de avond (de avonden)
the axe
de bijl (de bijlen)
the forest
het bos (de bossen)
the day
de dag (de dagen)
the door
de deur (de deuren)
the greeting
de groet (de groeten)
the shed
het hok (de hokken)
the hotel
het hotel (de hotels)
the wood
het hout
the hut/cabins
de hut (de hutten)
the room
de kamer (de kamers)
the coffee
de koffie
the cup
het kopje (de kopjes)
the song
het lied (de liederen)
the man/husband
de man (de mannen)
the afternoon
de middag (de middagen)
the mother
de moeder (de moeders)
the morning
de morgen (morgens)
the name
de naam (de namen)
the night
de nacht (de nachten)
the early morning
de ochtend (de ochtenden)
the pear
de peer (de peren)
the window
het raam (de ramen)
the giant
de reus (de reuzen)
the tea
de thee
the father
de vader (de vaders)
the woman/wife
de vrouw/vrouwen
to shiver
beven
to bite
bijten
to dance
dansen
to do
doen
to drink
drinken
to eat
eten
to go
gaan
to give
geven
to yell
gillen
to greet
groeten
to chop
hakken
to hate
haten
to be called
heten
to run
hollen
to hear
horen
to tremble
huiveren
to knock
kloppen
to come
komen
to borrow/lend
lenen
to live
leven
to read
lezen
to walk
lopen
to make
maken
to have to
moeten
to take
nemen
to take (grab)
pakken
to taste
proeven
to travel
reizen
to run
rennen
to shiver
rillen
to shout
roepen
to shout
schreeuwen
to strike/beat
slaan
to sleep
slapen
to close
sluiten
to stand
staan
to steal
stelen
to lift
tillen
to find
vinden
to feel
voelen
to introduce
voorstellen
to want
willen
to put
zetten
to see
zien
to be
zijn
to sing
zingen
to sit
zitten
pleasant
angenaam
good
goed
nice
leuk
bad
slecht
excellent
uitstekend
therefore
daarom
then
dan
and
en
something
iets
hello
hallo
sir/mister
maneer
madam/miss
mevrouw
to
naar
home
naar huis
nothing
niets
now
nu
or
of
also
ook
fine
prima
home
thuis
then
toen
goodbye
tot ziens
of
van
a lot of
veel
have fun
veel plezier